Cases

Onmiddellijke vrijlating en toekenning status zelfmelder

 

Als gevolg van de Wet herziening tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen (Wet USB), die per 1 januari 2020 geldt, kunnen veroordeelden die hun gevangenisstaf nog moeten uitzitten, minder snel dan voorheen een zogenaamde zelfmeldstatus verkrijgen. Een zelfmelder wordt van tevoren op de hoogte gesteld wanneer hij zich moet melden bij de gevangenis om de opgelegde straf uit te zitten. Het voordeel van een dergelijke status is dat de veroordeelde zijn zaken kan regelen voordat hij de gevangenis in moet. Denk bijvoorbeeld aan waarborgen om de woning niet te verliezen, het informeren van de werkgever en het regelen van opvang voor de kinderen. Als een veroordeelde niet de status van zelfmelder krijgt, kan hij door de politie op een onverwacht en ongelegen moment aangehouden worden om de gevangenis in te gaan.

In een kort geding aangespannen door Pejman Salim , heeft de voorzieningenrechter een oordeel geveld over de toepassing van de nieuwe wet en heeft de onmiddellijke vrijlating van de veroordeelde en toekenning status zelfmelder bevolen. In tegenstelling tot hetgeen de Staat betoogde, was de voorzieningenrechter van oordeel dat een enkele verwijzing naar de bijzondere aard en ernst van de strafbare feiten onvoldoende is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Staat verzuimd toe te lichten “waarom nu juist deze feiten en deze veroordeling – afgezet tegen andere (ernstige) misdrijven en veroordelingen – van een zodanige aard en ernst zijn dat dit in de weg staat aan het volgen van de zelfmeldprocedure”.

Verder wijst de voorzieningenrechter erop dat “gelet op de persoonsgerichte aanpak die centraal staat bij de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, ook nog ruimte is voor een nadere belangenafweging. Bij deze belangenafweging omtrent het wel of niet oproepen van de veroordeelde dienen ingevolge artikel 6:1:3 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de veiligheid van de samenleving, de belangen van slachtoffers en nabestaanden, alsmede de resocialisatie van de veroordeelde te worden betrokken.” De voorzieningenrechter geeft aan “uit niets is echter gebleken dat de Staat bij de behandeling van deze zaak aandacht heeft besteed aan de persoonlijke omstandigheden van [eiseres]”.  Tot slot heeft voorzieningenrechter overwogen dat de status erg belangrijk was voor de veroordeelde omdat zij zorgde voor minderjarige kinderen en voor haar moeder en omdat zij op voorhand overleg met haar huidige werkgever moet kunnen plegen over de periode waarin zij afwezig is. 

Ondanks de aangescherpte regels voor de zelfmeldprocedure werd de veroordeelde alsnog onmiddellijk vrijgelaten en kwam in aanmerking komen voor de status van zelfmelder. Dat de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van de nieuwe wet een ruime beleidsvrijheid bij de beslissing om iemand al dan niet als zelfmelder aan te merken, betekent niet dat er met persoonlijke omstandigheden van veroordeelde geen rekening hoeft te worden gehouden. Er moet een belangenafweging plaatsvinden die persoonlijk, redelijk en inzichtelijk is.

UITSPRAAK

© Pejman Law

Share