Cases

Vordering overdracht aandelen

 

Pejman Salim heeft een aandeelhouder van een B.V. (aandeelhouder A) bijgestaan. De andere aandeelhouder (aandeelhouder B) had een groot deel van zijn aandelen verkocht aan aandeelhouder A. De verkoop is vastgelegd in een koopovereenkomst. Aandeelhouder B wilde vervolgens niet leveren, waardoor aandeelhouder A via de rechter om afgifte van de aandelen heeft verzocht bij de voorzieningenrechter.

In de procedure gaf aandeelhouder B aan dat hij twijfelde of hij er wel goed aan had gedaan om zijn aandelen te verkopen en dat hij onder druk stond bij het ondertekenen van de koopovereenkomst. In een kort geding bepaalt de voorzieningenrechter niet of de overeenkomst in stand kan blijven, maar neemt een voorshands oordeel. Dit is een inschatting van hoe de rechter in een bodemprocedure zal oordelen. Het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter was dat de twijfels van aandeelhouder B geen juridische betekenis hebben aangezien aan de koop van de aandelen geen voorwaarden zijn verbonden. De voorzieningenrechter is eveneens voorbijgegaan aan de stelling van aandeelhouder B dat hij onder druk gezet zou zijn, omdat de stelling niet nader is toegelicht en onderbouwd.

De voorzieningenrechter veroordeelde aandeelhouder B tot levering van de aandelen binnen twee weken na betekening van het vonnis. Indien hij dat niet zou doen, werd hij verplicht om voor iedere dag dat hij niet levert €100,- aan aandeelhouder A te betalen met een maximum van €10.000,-. Uiteraard moet aandeelhouder B ook proceskosten betalen aan aandeelhouder A.

Inmiddels heeft aandeelhouder B, binnen de termijn van twee weken, de aandelen geleverd aan aandeelhouder A.

UITSPRAAK

© Pejman Law

Share