Cases

Incidentele vordering tot tussenkomst

ex artikel 217 Rv

Een persoon die geen onderdeel is van een lopende procedure kan met succes een vordering tot tussenkomst indienen indien hij voldoet aan twee voorwaarden: (i) hij moet voldoende belang hebben om zich te mengen in de procedure in verband met eventuele nadelige gevolgen die hij zal ondervinden als gevolg van de uitspraak in de hoofdzaak, en (ii) hij moet stellen dat hij een zelfstandige vordering wenst in te stellen in de hoofdzaak.

Onderhavige incidentele vordering tot tussenkomst had betrekking op het volgende:

De erfgenamen (de zoon en partner) van een overleden man zijn een procedure gestart tegen de zus van de man over een woning. Deze woning behoorde volgens het Kadaster toe aan de zus van de man. De zoon en de partner van de man zijn van mening dat de man de daadwerkelijk eigenaar was van de woning. Zij hebben gesteld dat de man het huis in 1999 heeft gekocht en om bepaalde redenen zijn zus als eigenaar heeft laten inschrijven in het Kadaster, maar dat de man met zijn zus had afgesproken dat het huis op naam van zijn kinderen/erfgenamen zou komen als hij zou overlijden. De man had de koopsom en de woonlasten betaald. Hij had ook altijd, samen met zijn gezin in het huis gewoond. De zus had zelf nooit in het huis gewoond. De erfgenamen geven aan dat de zus van de man binnen de familie had bevestigd dat de woning van haar broer was en dat zij slechts op papier eigenaar was. Na het overlijden van de man stelde de zus dat de woning van haar was, waardoor de erfgenamen een procedure zijn gestart.

De man heeft ook een andere zoon. Deze heeft de erfenis niet aanvaard. Hij heeft de rechtbank verzocht om middels een incidentele vordering tot tussenkomst partij te mogen worden in de procedure. De rechtbank oordeelde dat hij voldoende belang heeft bij om zich in de procedure te mengen. Hij kan immers nadelige gevolgen ondervinden van de uitspraak als een van de partijen de woning overgedragen krijgt en hij de woning daardoor moet verlaten. Hij is namelijk woonachtig in de woning. Daarnaast heeft hij aangegeven een vordering in te willen stellen tegen de partijen omdat er een toezegging is gedaan om de woning in de toekomst aan hem over te dragen. 

De zus van vader heeft in de procedure gesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 219 Rechtsvordering omdat de andere zoon slechts heeft gesteld dat hij een vordering tegen partijen wenst in te stellen en niet heeft aangegeven wat de vordering en de gronden zijn. Volgens de rechtbank zien de vordering en de gronden in artikel 219 Rechtsvordering op de incidentele vordering en de gronden daarvan en niet op de vordering en de gronden die zal worden ingebracht in de hoofdzaak. Laatstbedoelde vordering kan wel alvast worden aangekondigd, maar is geen vereiste. Met andere worden behoeft de tussenkomende partij niet op voorhand de grondslag van zijn vorderingen in de hoofdzaak bekend te maken. De tussenkomende partij dient enkel uiteen te zetten waarom hij tussenkomst belang heeft, welke nadelige gevolgen hij kan ondervinden van de uitspraak in het geding waarin hij wil tussenkomen en dient te stellen dat hij een vordering in de hoofdzaak wenst in te stellen.

De procedure over de woning loopt nog. Zodra de uitspraak er is, zal deze ook op deze pagina gedeeld worden.

UITSPRAAK

© Pejman Law

Share